Hoeveel voer moet ik mijn koi geven?
Het is verreweg de vraag die wij het vaakst krijgen: hoeveel voer moet ik mijn koi nu eigenlijk geven? En het is een terechte vraag, want op geen enkele zak koivoer staat een antwoord in grammen. Er staat "2% van het lichaamsgewicht" of "geef wat de vissen in vijf minuten opeten", en daar staat u dan met uw schepje bij de vijver.
Op deze pagina maken wij die vertaalslag wél. U leest hoe u het gewicht van uw vissen schat, welk percentage bij uw watertemperatuur hoort, en waarom de vijf-minutenregel uiteindelijk toch de baas blijft. Bovenaan staat een rekenhulp die het in één keer voor uw eigen vijver uitrekent.
Reken het uit voor uw eigen vijver
Vul in wat er in uw vijver zwemt en wat uw thermometer vanochtend aangaf. U ziet meteen hoeveel gram u vandaag kunt geven.
Let op: dit is de bovengrens, geen opdracht. Wat uw koi binnen vijf minuten opeten bepaalt de werkelijke portie. Blijft er voer liggen, geef dan minder.
Stap 1: wat wegen uw koi eigenlijk?
Alle voeradvies rekent met het gewicht van uw vissen, niet met het aantal. Twee koi van 60 cm eten meer dan tien koi van 20 cm. Uw vissen wegen is natuurlijk geen doen, maar schatten kan verrassend nauwkeurig. Meet de lengte van neus tot staartwortel en gebruik deze tabel.
| Lengte | Gewicht | Lengte | Gewicht |
|---|---|---|---|
| 15 cm | ± 55 gram | 45 cm | ± 1.550 gram |
| 20 cm | ± 135 gram | 50 cm | ± 2.120 gram |
| 25 cm | ± 265 gram | 55 cm | ± 2.830 gram |
| 30 cm | ± 460 gram | 60 cm | ± 3.670 gram |
| 35 cm | ± 730 gram | 65 cm | ± 4.670 gram |
| 40 cm | ± 1.090 gram | 70 cm | ± 5.830 gram |
Wilt u het precies weten, dan gebruikt u de formule die in de koiwereld gangbaar is: gewicht in gram = 1,7 × (lengte in cm)³ ÷ 100. Die 1,7 is de bouwfactor van een gemiddelde koi. Voor een slanke vis of een man rekent u met 1,6, voor een vrouw met een goed lichaam met 1,9, en voor een vrouw vol kuit met 2,1.
U komt op internet ook veel lagere tabellen tegen, waarin een koi van 50 cm maar 1 kilo zou wegen. Die kloppen niet, en het gevolg is dat u uw vissen structureel te weinig geeft. Houd de formule aan.
Stap 2: de watertemperatuur bepaalt het percentage
Een koi is koudbloedig. Zijn hele stofwisseling loopt mee met de temperatuur van het water, en daarmee ook zijn spijsvertering. Bij 22 graden verteert hij een portie in enkele uren, bij 9 graden doet hij daar dagen over. Voert u in koud water door alsof het zomer is, dan blijft dat voer in de darm liggen en gaat het rotten. Dat is de belangrijkste oorzaak van zieke koi in het vroege voorjaar.
Meet daarom altijd de watertemperatuur, niet de luchttemperatuur, en meet op de diepte waar uw vissen staan.
| Watertemperatuur | Per dag | Aantal beurten | Soort voer |
|---|---|---|---|
| onder 6 °C | niet voeren | – | – |
| 6 – 10 °C | max. 0,5% | 1× per twee dagen | tarwekiemvoer |
| 10 – 12 °C | 0,5 – 1% | 1× per dag | tarwekiemvoer |
| 12 – 15 °C | 1% | 1 à 2× per dag | licht verteerbaar basisvoer |
| 15 – 18 °C | 1 – 1,5% | 2× per dag | basisvoer |
| 18 – 21 °C | 1,5% | 2 à 3× per dag | basis- of kleurvoer |
| 21 – 25 °C | 2% | 3 à 4× per dag | groeivoer |
| 25 – 28 °C | 2 – 3% | 3 à 4× per dag | groeivoer, extra beluchten |
| boven 28 °C | terug naar 1 – 1,5% | 2× per dag | let op het zuurstofgehalte |
Jonge koi mogen fors meer
De percentages hierboven gelden voor een volwassen koi. Een jonge vis tot ongeveer 25 cm is nog volop aan het groeien en verwerkt naar verhouding veel meer voer: reken daar op 3 tot 5% per dag in de zomer. Tussen 25 en 40 cm zit u ertussenin. Boven de 40 cm houdt u de tabel aan, of iets eronder.
Onze rekenhulp bovenaan houdt hier automatisch rekening mee: vult u meerdere groepen met verschillende lengtes in, dan krijgt elke groep zijn eigen percentage.
Stap 3: de vijf-minutenregel blijft de baas
Nu het belangrijkste. Het getal dat u hierboven uitrekent is een bovengrens, geen opdracht. Uw vijver is geen rekensom: de zuurstof, het filter, de zon, de gezondheid van de vissen en zelfs de luchtdruk spelen mee. Een koi die zich niet lekker voelt eet minder, en dat mag hij.
Blijf daarom altijd kijken. Geef een portie en houd vijf minuten in de gaten wat er gebeurt:
- Alles is binnen enkele minuten op en ze vragen om meer – u zit goed, en u kunt eventueel iets ophogen zolang u onder de bovengrens blijft.
- Er drijft na vijf minuten nog voer – u geeft te veel. Schep het eruit en geef de volgende keer minder.
- Ze komen er nauwelijks op af – stop met voeren en kijk naar uw water. Dit is vaak het eerste signaal dat er iets mis is, nog voordat u aan de vissen iets ziet.
Voer dat blijft liggen wordt niet opgegeten door de vijver, maar afgebroken door bacteriën. Dat kost zuurstof en levert ammonium en later nitraat op. Overvoeren is dan ook veruit de meest voorkomende oorzaak van troebel water, draadalg en een filter dat het niet bijhoudt.
Welke korrelmaat kiest u?
Bij vrijwel elk merk staan Small, Medium en Large naast elkaar, en dat is de vraag die meteen op deze volgt. De regel is eenvoudiger dan u denkt.
| Korrel | Bedoeld voor |
|---|---|
| Small (circa 3 mm) | jonge koi en tosai, en vijvers met kleinere vissen ertussen |
| Medium (4 tot 5 mm) | koi vanaf ongeveer 15 cm — de maat die de meeste vijvers nodig hebben |
| Large (6 tot 7 mm) | grote, volwassen koi |
Heeft u een gemengd bestand? Kies dan de korrel die past bij uw kleinste vissen. Grote koi eten een kleinere korrel probleemloos mee, andersom niet. Dat is de enige regel die u hoeft te onthouden — en het voorkomt dat de kleintjes structureel achterblijven.
Twijfelt u tussen twee maten, neem dan de kleinste. Een korrel die te groot is wordt uitgespuugd of blijft liggen, en dan voert u uw filter in plaats van uw vissen.
Meet uw koi zonder hem te stressen
De rekenhulp hierboven vraagt om de lengte van uw koi, en die schatten mensen er meestal naast — vrijwel altijd te laag. Met een meettank leest u de lengte in één keer af terwijl uw vis rustig in het water blijft. Voor een grotere koi of een langere behandeling is een koi bowl handiger; daarin ziet u uw vis bovendien van bovenaf, zoals hij bedoeld is.
Wat de merken zelf adviseren
Wij verkopen een flink aantal merken, en het is nuttig om te weten dat ze onderling niet zoveel verschillen. Vrijwel iedereen komt uit op dezelfde twee regels: een percentage van het lichaamsgewicht, en opeten binnen vijf minuten.
| Merk | Advies van de fabrikant |
|---|---|
| Takazumi | Het duidelijkst van allemaal: 2% van het lichaamsgewicht per dag, opeten binnen 5 tot 10 minuten, stoppen onder 5 °C. Hun voedingskalender gaat vervolgens over wélk voer: Vital in het vroege voorjaar, Gold Plus in het voorjaar, Mix boven de 10 °C, High Growth in de zomer, en in september weer terug via Mix en Gold Plus naar Vital. |
| Hikari en Saki-Hikari | Rekent met korrels: ongeveer één korrel per 2,5 cm vislengte, twee keer per dag boven de 20 °C. Als richtlijn houden zij maximaal 4% aan, met 2% als optimum bij 20 tot 23 °C en 5% voor jonge koi. Onder 15 °C over op tarwekiemvoer. |
| Colombo | Geeft geen percentage, alleen de vijf-minutenregel. Boven 15 °C meerdere keren per dag, onder 12 °C overschakelen op tarwekiemvoer. |
| Aquatic Science | All Seasons is jaarrondvoer vanaf 10 °C. Geen aparte hoeveelheidsnorm. |
| JPD | Geeft het advies per product, op de zak. Kijk daar naar de maanden en het temperatuurbereik. |
Kortom: de tabel op deze pagina werkt voor elk merk dat u bij ons koopt. Het verschil tussen de merken zit in de samenstelling, niet in de hoeveelheid.
De truc waarmee u nooit meer hoeft te wegen
Niemand heeft zin om elke avond met een keukenweegschaal bij de vijver te staan. Dat hoeft ook maar één keer.
- Reken uit hoeveel gram u per beurt wilt geven.
- Weeg die hoeveelheid één keer af op een keukenweegschaal.
- Giet hem in een maatbeker, een oud bekertje of een schepje en zet er een streepje op.
Vanaf dat moment schept u gewoon tot het streepje. Wel elke nieuwe zak opnieuw doen: een grove drijvende korrel weegt per beker heel anders dan een fijne zinkende, en dat scheelt zomaar de helft.
Voert u met een automatische voerautomaat? Kalibreer die dan op dezelfde manier: laat hem één portie draaien, vang die op en weeg hem. Dan weet u wat een stand op uw apparaat werkelijk betekent.
Wanneer u minder moet voeren dan de tabel zegt
Er zijn situaties waarin u de rekensom bewust naar beneden bijstelt. Uit ervaring de belangrijkste:
- Warm weer en weinig zuurstof. Boven de 26 graden houdt water steeds minder zuurstof vast, terwijl uw vissen er juist meer van vragen. Belucht extra en voer in de koelste uren.
- Een jong of net schoongemaakt filter. Uw filterbacteriën moeten de ammonium aankunnen die bij het voeren vrijkomt. Bouw na het opstarten in twee tot drie weken rustig op.
- Vlak na een behandeling. Medicijnen belasten de vis en soms ook het filter. Voer een paar dagen licht.
- Een snel dalende watertemperatuur in het najaar. Kijk niet naar de temperatuur van vandaag maar naar de trend. Daalt hij, ga dan alvast een stap terug.
- Een zieke vis in de vijver. Minder voer betekent minder belasting van het water, en juist dan heeft uw koi schoon water het hardst nodig.
En andersom: koopt u in het voorjaar nieuwe vissen, geef die dan de eerste dagen bewust weinig. Ze moeten eerst wennen aan uw water.
Veelgestelde vragen over voeren
Hoeveel gram voer moet ik mijn koi per dag geven?
Reken met een percentage van het totale gewicht van uw vissen. In de zomer bij 21 tot 25 °C is dat 2% per dag voor volwassen koi, bij 12 tot 15 °C nog maar 1%, en onder 6 °C voert u niet. Acht koi van 40 cm wegen samen bijna 9 kilo; bij 22 °C komt dat neer op ongeveer 170 gram per dag, verdeeld over drie beurten van zo'n 60 gram.
Hoe weet ik hoeveel mijn koi weegt?
Meet de lengte van neus tot staartwortel en reken: gewicht in gram = 1,7 × (lengte in cm)³ ÷ 100. Een koi van 30 cm weegt dan ongeveer 460 gram, van 40 cm bijna 1.100 gram en van 50 cm ruim 2.100 gram.
Hoe vaak per dag moet ik koi voeren?
Dat hangt af van de watertemperatuur. Bij 6 tot 10 °C één keer per twee dagen, bij 12 tot 15 °C één tot twee keer per dag, en bij 21 tot 25 °C drie tot vier keer per dag. Meer kleine beurten zijn altijd beter dan één grote: de vis verwerkt het voer dan volledig en uw filter krijgt de belasting gespreid.
Vanaf welke temperatuur mag ik weer gaan voeren?
Onder 6 °C voert u niet. Bent u een week of langer gestopt, begin dan pas weer als het water blijvend boven de 8 °C staat, met een kleine portie licht verteerbaar tarwekiemvoer. Kijk daarbij naar de trend: een enkele warme dag in maart is geen reden om te beginnen.
Wat gebeurt er als ik te veel voer?
Voer dat blijft liggen wordt door bacteriën afgebroken. Dat kost zuurstof en levert ammonium en nitraat op, en dat is de meest voorkomende oorzaak van troebel water, draadalg en een filter dat het niet bijhoudt. Uw vissen worden er bovendien te vet van, wat hun lever belast.
Geldt dit advies ook voor mijn merk koivoer?
Ja. Takazumi noemt 2% van het lichaamsgewicht per dag, Hikari houdt maximaal 4% aan met 2% als optimum, en Colombo werkt met de vijf-minutenregel. De hoeveelheid verschilt dus nauwelijks per merk – het verschil zit in de samenstelling van het voer.
Moet ik jonge koi meer voeren dan volwassen koi?
Ja, naar verhouding fors meer. Een koi tot ongeveer 25 cm groeit nog hard en kan in de zomer 3 tot 5% van zijn lichaamsgewicht per dag verwerken. Volwassen vissen boven de 40 cm zitten juist aan de onderkant van de tabel, rond 1,5 tot 2%.
Twijfelt u over uw eigen vijver?
Elke vijver is anders. Het aantal vissen, de inhoud, uw filter en de plek in de tuin bepalen samen wat er kan. Loopt u ergens tegenaan of weet u niet zeker of u goed zit, bel of mail ons gerust – ik denk graag even met u mee. Komt u liever langs, dan kijken we samen naar uw waterwaarden en uw voerschema.
Neem contact met ons op of bekijk direct ons volledige aanbod koivoer.